Angelo Hooker | ZMC

Angelo Hooker

Gynaecoloog & voorzitter medische staf

"...onderdeel uitmaken van een familie: we kennen elkaar, weten elkaar te vinden en zijn bereid elkaar te helpen."

Angelo Hooker

Gynaecoloog & voorzitter medische staf

Werken in het ZMC betekent voor mij...

"...onderdeel uitmaken van een familie: we kennen elkaar, weten elkaar te vinden en zijn bereid elkaar te helpen."


Waarom heb je voor het ZMC gekozen?

Na mijn opleiding wist ik dat ik niet in een academisch of een groot ziekenhuis wilde werken. Ik ben meer op mijn plek in omgevingen met korte lijnen en een hogere handelingssnelheid. Daar haal ik meer plezier uit. Ook vond ik het bij mijn keuze belangrijk dat ik mijn vak breed kon blijven uitoefenen. 

Door een paar collega’s, die ik kende van de opleiding, ben ik gevraagd om in het ZMC aan de slag te gaan. Er stond een vacature open voor mijn functie. Ik kende het ZMC al een beetje vanwege een oudste coschap die ik er had gelopen. Het ZMC voldeed aan mijn eisen en wensen aan een nieuwe werkplek en dus was de keuze eenvoudig. 


Wat maakt werken in het ZMC voor jou bijzonder?

Het ZMC kenmerkt zich door een aantal eigenschappen die ik belangrijk vind. Ten eerste is het een opleidingsziekenhuis van een bescheiden omvang. We zijn niet groot, maar ook niet klein. Dat merk je aan de korte lijnen en de gemoedelijkheid: je kent elkaar, je weet elkaar te vinden, bent bereid elkaar te helpen en komt elkaar vaak tegen in het kenniscentrum. Even een snelle vraag stellen of bijvoorbeeld een toelichting geven op een verwijzing aan de uroloog of de kinderarts is dan heel gemakkelijk. Op deze manier zorg je gezamenlijk voor een patiënt. 

Het ZMC is net een familiebedrijf, dat is ook bijzonder. Veel mensen kennen elkaar en sommige werken er al twintig of dertig jaar. Je voelt je echt een onderdeel van de club. Dat had ik in andere ziekenhuizen niet of minder, maar dit moet natuurlijk wel bij je passen.


Hoe ervaar je het samenwerken op jouw afdeling met collega's en artsen?

Zorg is een echte teameffort en je hebt elkaar daarin keihard nodig. Dat wordt alleen maar belangrijker. Mensen werken parttime en daardoor zijn de wisselingen groot. Juist dan moet je blindelings met elkaar kunnen schakelen. De verpleegkundigen zijn mijn ogen en oren. Zij zijn degenen die dingen aan mij terugkoppelen: gaat het zoals ik had gewild en zijn er nog dingen die anders moeten? Door de schaal van het ZMC kennen we elkaar en weten we wat we aan elkaar hebben. Het hiërarchische karakter dat je in andere centra nog weleens tegenkomt, heb je hier niet. 

Specialisme overstijgend treffen we elkaar ook regelmatig, al is dat door covid minder geworden. Wekelijks hebben we een gezamenlijke lunch om elkaar te ontmoeten buiten direct werkgerelateerde zaken om. Tweejaarlijks organiseren we een bijscholingsweekend, samen met alle huisartsen uit de regio. Dat is ook een moment waarop alle nieuwe artsen en huisartsen zich voorstellen. Tenslotte zijn er nog de vijfjaarlijkse bijscholingsavonden, die ook bestemd zijn voor de huisartsen.

We werken volgens het principe van duaal bestuur. Dat is op zich niet uniek, maar we hebben het wel goed georganiseerd. In de tijd dat de MSB’s ontstonden, hebben we goed nagedacht over hoe we het zouden moeten doen. Dat was ook de tijd dat niet iedereen altijd consensus had over hoe het zou moeten, maar we hebben toen een goed fundament gelegd. Ik zal niet beweren dat er geen dingen zijn die beter kunnen, maar in zijn algemeenheid hebben we nu nog steeds profijt van deze stabiele basis. In essentie is het goed geregeld.


Hoe is jouw loopbaanpad in het ZMC verlopen?

Ik ben in het ZMC begonnen als gynaecoloog en dat is nog steeds mijn basistaak. Maar daar is het niet bij gebleven. Ik ben iemand die steeds de uitdaging zoekt om het voor mezelf leuk te maken. En dat lukt aardig goed. Ik doe er verschillende dingen naast.

Sinds juli 2021 ben ik voorzitter van de medische staf. Daarvoor was ik meerdere jaren vicevoorzitter. Het voorzitterschap was een logische stap. Daarnaast ben ik voorzitter van de Stuurgroep Kwaliteit en lid van de centrale meldingscommissie. Ook ben ik in opleiding als auditor van Qualicor. En ik kom bijvoorbeeld zojuist terug uit het Spaarne Ziekenhuis, waar ik iets heb verteld over moreel beraad. Zoals je ziet, zijn er genoeg mogelijkheden die het werk afwisselend maken, waarnaar je op zoek kunt of die op je pad komen. Ik hecht belang aan het continu ontwikkelen, in welke functie of op welk gebied dan ook. En dat kan hier in het ZMC prima.


Wanneer heb je een topdag?

Wanneer ik voor patiënten écht iets heb kunnen betekenen. Verloskunde is een afdeling met uitersten tussen intens geluk en intens verdriet. Je kunt je bijna niet voorstellen hoe intens verdrietig iemand is als hun kindje overlijdt bij een bevalling in de 23e week. Zeker dan doe ik extra mijn best om er voor deze mensen te zijn. Als het team dan een kaartje ontvangt waarop staat geschreven dat ze een zeer verdrietige periode hebben meegemaakt en wij die enigszins voor hen hebben weten te verlichten, kan ik daar wel tien jaar op teren. 

Er voor iemand zijn, hoeft niet per se heroïsch te zijn. Het zit vaak in de kleinste dingen. Mijn opleider zei altijd: ‘Het moment waarop mensen gaan slapen als je ze opereert, is voor hen het moeilijkste moment. Probeer juist dán een steun en toeverlaat voor hen te zijn.’ Dat heb ik altijd goed onthouden. Dus als ik nu mensen opereer die onder narcose worden gebracht, pak ik hun hand vast en geef ik een leuke draai aan de situatie. Regelmatig krijg ik terug van patiënten hoe fijn ze dat moment vonden. Iedereen doet dit op zijn eigen manier, maar ik denk dat het belangrijk is om goed stil te staan bij wat het voor de patiënt of naasten betekent en daarnaar te handelen. Zo bel ik de naasten, die in spanning thuis zitten te wachten, zelf op na een operatie met de boodschap dat het goed is gegaan. Kleine, simpele dingen dus, die vaak geen geld hoeven te kosten.


Tenslotte, hoe zou je jouw afdeling in één woord omschrijven?

Facilitator. Ofwel, proberen het voor anderen mogelijk te maken. Mogelijk maken kun je op verschillende manieren uitleggen. Enerzijds dat ik vanuit mijn rollen kijk naar wat mijn collega’s willen en nodig hebben om dat te leveren waar patiënten behoefte aan hebben. Maar ook om ervoor te zorgen dat patiënten de juiste zorg krijgen.

Natuurlijk is de dokter belangrijk. Maar niet het belangrijkste. Je kunt een fantastische dokter zijn, maar als bijvoorbeeld een doktersassistent of verpleegkundige steken laat vallen, heb je daar niet zoveel aan. Je moet faciliteren dat het werk als team goed is. Ik denk dat wij, specialisten, daar een belangrijke rol in hebben. Voor mij als voorzitter van de medische staf geldt dat al helemaal. Het gaat om het onderkennen waar je goed in bent of waar je beter in kunt of moet worden, hier continu aandacht voor vragen en vervolgens faciliteren dat het daadwerkelijk gebeurt.

 

Meer medewerkersverhalen?

Wil je weten hoe andere collega's het werken in het ZMC ervaren? Bekijk dan alle medewerkersverhalen.

Geen
geschikte
vacature?

Meld je aan voor onze jobalert en krijg een bericht in jouw inbox zodra de vacature beschikbaar komt.